Wielerexpress 2008 - Tiemen Groen in Zwanenburg bij de Vlaamse Reuzen
Wielerexpress
Wielerexpress 2008 - Tiemen Groen in Zwanenburg bij de Vlaamse Reuzen

Tiemen Groen (61) is een fenomeen zoals de naoorlogse wielersport er maar weinig gekend heeft. In het kort een samenvatting van zijn snelle historische opkomst aan het wielerfirmament, waarvan hij ook even snel – gelijk een vallende ster – weer verdween.
Tiemen is achttien jaar, als hij op geleend materiaal in 1964 nationaal kampioen wordt op de achtervolging. Hij rijdt daarbij tijden die tot op dat moment voor onmogelijk werden gehouden en dat leidt ertoe dat in de finale van het nationaal kampioenschap achtervolging meer dan twintigduizend toeschouwers in het Olympisch Stadion aanwezig zijn. Hij wordt in dat jaar ook wereldkampioen op dit onderdeel. Dat herhaalt hij in 1965 en 1966 en als beroepsrenner wordt hij in 1967 eveneens nationaal- en wereldkampioen. Kortom, Tiemen Groen is amper 21 jaar, als hij talrijke nationale baantitels en vier wereldtitels heeft behaald. In 1968 stopt hij op 22-jarige leeftijd  met wielrennen en gaat handelen in antiek. De wonderschone, maar soms ook bizarre wereld van het cyclisme is niet zijn wereld en hij gaat op zoek naar zijn eigen identiteit. In de antiekhandel kan hij zich wèl uitleven en hij begint in Lemmer en later in Noord-Bergum een antiekwinkel. Het wordt een succes. Daarna trekt hij in de periode 1986 tot en met 1995 alleen de hele wereld over met een vrachtwagen en daarachter een camper. Hij slaapt in de camper en haalt met zijn vrachtwagen van heinde en ver antiek op. Hij laat met antiek gevulde containers verschepen vanuit  Amerika en andere windstreken en wordt financieel onafhankelijk. In 1995 komt hij bij toeval in Zuid-Afrika terecht en dan besluit hij dat hij in dit wonderschone land wil wonen en sterven en koopt een prachtig huis in de omgeving van Kaapstad. In 1997 ondergaat hij een zware hartoperatie en krijgt diverse bypasses. Hij besluit van het leven te gaan genieten en fietst vanaf dat moment dagelijks zijn rondje, maar trekt zich verder terug in de volstrekte anonimiteit. De op jonge leeftijd reeds legendarische Tiemen Groen wordt mede daardoor een mythe.

De ontmoeting met Tiemen Groen in 2003

Aanvankelijk is Tiemen Groen onvindbaar en dus ook niet aanspreekbaar. Hij wil rust in zijn leven, maar samen met Piet de Wit slaagt Wielerexpress erin om hem in 2003 in Zuid-Afrika te bezoeken, waarbij de gastvrijheid van Martin en Patricia Hartman een zeer belangrijke rol speelt. Het leidt tot een inmiddels historisch en soms bloedstollend verhaal in Wielerexpress 2004. Tiemen neemt daarin stelling tegen de blanke overheersing, die volgens hem nog steeds aanwezig is. Hij voelt zich verwant met de zwarten en zegt dat hij de blanken – de zogenaamde Boeren – het liefst de strot wil afsnijden om ze daarna te laten doodbloeden.
Hij kwalificeert deze specifieke groep mensen – merendeels kolonisten van generatie op generatie – als Varkenskoppen, mede omdat zij een bepaald vlezig profiel etaleren. Kortom, de uitspraken van Tiemen zijn geladen met een ondertoon van grote haat ten opzichte van de onderdrukkers van vroeger en volgens hem bestaat die onderdrukking nog steeds, maar dan in een andere vorm. Zijn uitspraken leiden zelfs tot diverse reacties vanuit Zuid-Afrika, die zijn verwoord in de editie 2005.
In alle opzichten is en blijft Tiemen Groen een bijzonder mens.  Af en toe hadden wij de afgelopen jaren telefonisch contact met hem en hoewel hij vroeger doorging voor een zwijgzaam persoon, hebben wij hem inmiddels leren kennen als een spraakzaam mens met een fantastisch gevoel voor soms bizarre humor.

Tiemen Groen
Ontmoeting in Zuid-Afrika. (Foto: Piet de Wit)

Het telefoontje van Tiemen Groen in juni 2007

Het is een zomerdag in juni 2007 als de telefoon gaat. Aanvankelijk doet de persoon aan de andere kant van de lijn zich – mede naar aanleiding van een ‘Vlaamse Reuzenverhaal’ in de editie 2007 – voor als een fokker van deze konijnensoort. Ik ga het gesprek aan, maar dan ineens bespeur ik de gniffelende en aanstekelijke lach van Tiemen Groen. Hij is in Nederland en een paar uur later staat hij voor de deur van Talmastraat 2 te Zwanenburg.

Een wonderbaarlijke ontmoeting en een onvergetelijke dag volgen.Tiemen heeft veel gespreksstof en de twee Vlaamse Reuzen, die in de tuin rondlopen, spitsen hun oren.

De situatie in Zuid-Afrika en aids

Praten met Tiemen Groen is boeiend, omdat hij over alles een eigen mening heeft, maar ook heel goed op de hoogte is van de sociale en maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland. Uiteraard komt het onderwerp Zuid-Afrika aan de orde en hoewel Tiemen iets genuanceerder is in zijn uitspraken dan in 2002, gaan zijn ogen vlammen als we dieper op het onderwerp ingaan.

Tiemen:De blanken zijn nu niet meer de overheersende partij en de grondonteigening is een goede zaak. Ik denk dat er op termijn van een omslagpunt sprake kan zijn wat betreft het overdragen van het beleid aan de zwarten. Dat verloopt nu nog niet goed, maar het verderf van vooral de eeuwenlange gereformeerde indoctrinatie ban je niet binnen één generatie uit. Aids is een grote gesel in Zuid-Afrika, maar de blanken deden dit tegenover de zwarten destijds af als ‘it’s a gift of God’. Dat werkt nog steeds door. Ik trek me, zoals je weet, nog steeds het lot van de anonieme  zwarten aan en de onderdrukking bestaat ook nu nog. Ik word daar dagelijks mee geconfronteerd. Ik zat onlangs in een coffeeshop en sprak met een aantal aanwezige zwarten. Komt de eigenaar naar me toe en zegt: ‘Don’t socialize with these people’. Met andere woorden: hij had liever niet dat ik met deze mensen vriendschappelijk, ofwel sociaal omga. Ik begrijp overigens heel goed dat er inmiddels ook binnen de zwarte bevolking een goed betaalde middenklasse en zelfs een overbetaalde topklasse is ontstaan. Mensen krijgen de kans om zich te verrijken en daarin verschilt een zwarte niets van een blanke, maar de onderdrukking door de blanken is nog steeds aanwezig.’

Het verhaal van een lezer van Wielerexpress

We herinneren ons een telefoongesprek van een aantal jaren geleden met Adriaan van Raalte uit Lelystad, een trouwe lezer, naar aanleiding van Wielerexpress 2004.

Jan, ik zit op een zaterdagochtend, ik geloof in 1960, lekker te vissen. Het is doodstil en er hangt een prachtige dauw boven het water en het landschap. Alleen de vroege vogels fluiten hun lied. Hoor ik ineens in de verte het geronk van een motor. De motor passeert mij en ik ga weer naar mijn dobber staren. Twee tellen later hoor ik dat mooie gesis, geratel en gezoef van een racefiets. Eén renner, met daarachter een auto, passeert mij en in een fractie van een seconde zie ik dat deze renner doodstil op zijn fiets zit, heel hard fietst en desondanks geen enkele zweetdruppel op z’n hoofd heeft en ook helemaal niet de indruk geeft zich in te spannen. Eigenlijk, achteraf beschouwd, een soort Terminator.

Een minuut of wat later hoor en zie ik weer motoren en auto’s langs gaan en daarna volgt er een groot peloton jonge renners en wat mij verbaasde was dat ze allemaal verbeten trekken hadden, vermoeid oogden en een zware inspanning leverden. Er werd ook gescholden en gevloekt. Ik kreeg het idee dat ze op jacht waren naar een prooi, zoals dat ook in de dierenwereld gebruikelijk is. Omdat ik helemaal geen verstand van wielrennen had, wist ik niet wat er allemaal aan de hand was, totdat ik in de krant las dat het een grote wielerkoers, ofwel een klassieker was voor nieuwelingen, waarbij Tiemen Groen met grote voorsprong de eindzege behaalde. Dat beeld van die eenzame en hardfietsende jongeling met daarachter een bijna hysterisch jagend peloton zal ik nooit vergeten. Vanaf die tijd ben ik me verder gaan interesseren in het wielrennen en jouw boekje levert daar een bijdrage aan. Want daardoor weet ik wie die mysterieuze, fietsende spookfiguur was die op die vroege zaterdagochtend voorbijraasde.’ 

De heldendaden van Tiemen Groen

Het is niet de bedoeling om alle heldendaden van Tiemen Groen opnieuw aan de lezer voor te leggen, want dat is al voldoende gebeurd in de editie 2004. Maar niet iedereen heeft deze editie in zijn bezit, dus daarom toch nog een terugblik op zomaar een nationale nieuwelingentitel, maar wel eentje, waarover ook nu nog de betrokken renners (zoals René Pijnen, Wim Dubois, Harrie Jansen etc.) en toeschouwers vol ontzag spreken.

Ook won hij ooit op onnavolgbare wijze de Ronde van Katendrecht bij de beroepsrenners en ook die willen wij hieronder even aan de vergetelheid ontrukken. Kortom, Tiemen Groen kon iets wat maar heel weinig gewone stervelingen kunnen en dat is ‘harder fietsen dan een ander’. Dat alleen is echter niet voldoende om een betere wielrenner te worden dan iemand die minder hard fietst. Tiemen Groen schreef geen wielerhistorie in bijvoorbeeld wedstrijden als Parijs-Roubaix of andere grote wegkoersen, maar de nationale wegtitel bij de nieuwelingen en de overwinning in de Ronde van Katendrecht zijn ondanks het anonieme karakter voor menigeen klassiekers in de geschiedschrijving van de wielersport.

Tiemen Groen
Kracht, macht, souplesse.

Het nationale kampioenschap bij de nieuwelingen op Zandvoort

Overname uit Wielerexpress 2004

In vroeger jaren werden de nationale wegkampioenschappen vaak op het circuit van Zandvoort verreden. Dat is een heel snel parkoers, waarbij iedereen kan volgen, vooral als er, zoals in die tijd, driehonderd of meer deelnemers aan de start staan. Op Zandvoort werd de koers pas zwaar en selectief, als de afstand ging meetellen, in combinatie met de altijd aanwezige, slopende zeewind. Bij de amateurs werden na honderd kilometer grote groepen gelost en haalde meestal niet meer dan tien procent van het aantal deelnemers de eindstreep in een meestal totaal versplinterd veld. Bij de aspiranten en nieuwelingen was het deelnemen vaak zonder de illusie om iets te betekenen, want vrijwel altijd eindigde het in een massaspurt, of nam een selectief groepje renners een kleine voorsprong. Een langdurige solo rijden, was nog nooit iemand gelukt. Zelfs renners die later uit zouden groeien tot grote kampioenen, waren hierin als nieuweling nimmer geslaagd.

Tiemen Groen presteerde het onmogelijke, door vijftig(!) kilometer lang voor een voluit jagend peloton uit te rijden en met een voorsprong van zevenendertig seconden te finishen vóór renners als Harry Jansen, René Pijnen, Leo Duyndam, Wim Dubois, Rini Wagtmans en Piet de Wit, kortom de totale nationale top. De drieënzestig kilometer werd gereden in een tijd van 1 uur 28 min. Dat betekent dat Tiemen Groen tijdens zijn solo met een vast verzetje van 48:17 een gemiddelde snelheid reed van drieënveertig kilometer per uur! Dat ruim één uur lang! Wij denken, neen, we weten het zeker, dat er na – maar ook voor hem – nooit meer een renner is geweest, die dit zou kunnen evenaren. Waarschijnlijk is deze ogenschijnlijk simpele prestatie van Tiemen Groen een van de grootste atletische wapenfeiten in de naoorlogse nationale wielergeschiedenis.

Tiemen: ‘Ik stond helemaal achteraan en het duurde even voordat ik vooraan zat. Het was altijd lastig rijden op Zandvoort. In de groep kon je fluitend volgen, maar kwam je op kop, dan leek het wel of je tegen een muur op reed. Ik ging toch maar eens op kop rijden en toen ik achterom keek, was ik alleen weg. Ik kreeg steeds meer pijn in mijn benen, maar dacht: ik ga maar door totdat ze me weer inhalen. Dat gebeurde tot mijn verbazing niet’.

Piet de Wit: ‘Dat komt misschien ook doordat iedereen dezelfde versnelling reed. Je kon een gat dus niet explosief dichtrijden. Ik kan me nog heel goed herinneren dat we toen met de allerbeste kleppers uit die tijd voluit achter Tiemen hebben aangereden, maar we bleven gewoon ‘hangen’. Renners en toeschouwers uit die tijd zijn deze demonstratie van absolute klasse nog steeds niet vergeten en mede hierdoor is Tiemen Groen voor hen ook een legende geworden.’

De Ronde van Katendrecht

Overname uit Wielerexpress 2004

Het zal voor de lezer duidelijk zijn, dat Tiemen Groen onvergetelijke wielerhistorie heeft geschreven met zijn pedalen. Het zijn echter niet alleen nationale en wereldtitels, die iemands bagage bepalen. Het kan ook een atletische explosie zijn in een ogenschijnlijk marginale wielermanifestatie. We memoreerden al zijn onmogelijke prestatie in het nationaal kampioenschap voor nieuwelingen op Zandvoort. Een vergelijkbare prestatie verrichtte hij in een simpel criterium bij de beroepsrenners: De Ronde van Katendrecht. Het was de twintigste en laatste koers in het seizoen 1967 die door het bureau Intersport (Herman Krott & Ton Vissers) werd georganiseerd.We moeten ons wel realiseren dat er toen geen ‘simpele criteriums’ bestonden. In iedere koers werd voluit gereden. Er waren weliswaar diverse ‘slagen’, maar dat maakte het niet direct makkelijker. Deze koers was ook de finale van het Caballeroklassement, een lucratief jaarklassement over de criteriums, waarin Peter Post, Gerard Vianen en Harry Steevens nog kans maakten op de eerste plaats. Kortom, het was niet zomaar een koers. De Ronde van Katendrecht was – de buurt is inmiddels vrijwel gesloopt – een criterium in de Rosse Buurt van Rotterdam. Wellicht dat dit de hormoonspiegel van Tiemen zodanig heeft beïnvloed, dat hij daardoor de pedalen niet voelde. Hij vernederde in deze koers het totale deelnemersveld en daarbij zaten echt geen koekenbakkers. Hoe kan het dat Tiemen op deze dag het deelnemersveld op een zodanige wijze naar huis reed, dat ook nu weer de aanwezige toeschouwers en de deelnemende renners er tot op de dag van heden nog over spreken. Ligt deze zeer lastige koers hem, getuige het feit dat hij een jaar later samen met Cor Schuuring wegrijdt en tweede wordt, of had Tiemen toevallig goeie benen? In ieder geval maakte hij in 1967 als eerstejaars beroepsrenner van alle aanwezige gelouterde toppers gewoon brandhout!

Tiemen:Rijden op Katendrecht had iets bijzonders. We gingen ons omkleden in een café, waar van dat aparte neonlicht scheen. Dat gaf mij al inspiratie. Het weer was grimmig en regenachtig. We vertrokken en er stonden duizenden mensen langs de kant. Ik vond het tempo te laag en ging maar eens op kop rijden. Ik kan het me nog als de dag van gisteren herinneren. Ik kijk achterom en zie niemand meer aan het wiel zitten. Ja, Bart Zoet, Maarten Breure en Peter Heynig waren in de achtervolging gegaan, maar gaven dat al snel op. Ik wilde het publiek wat laten zien en zet er een tandje bij, leg mijn handen op de remgrepen, trek de riemen nog eens extra aan en begin voluit te rijden. De bochten waren glad en glibberig en ik val, maar zit, voordat ik uitgegleden ben, alweer op de fiets. Ik zie Gé Peters, de ploegleider van Caballero, nog in de bochten staan en mij signalen geven van ‘doe in godsnaam rustig aan’. Ik was echter losgebroken en er was geen houden meer aan. Na amper dertig (!) kilometer rijd ik het peloton, waarin voluit werd gereden, op een ronde achterstand. Dan rijd ik lek en ik zie de broer van Cor Schuuring met een reservefiets staan. Ik gooi mijn fiets aan de kant en loop op hem af. Hij wil de fiets niet geven, maar deinst achteruit, als ik op hem afloop. Ik pak de fiets en kom weer terug in het peloton. De fiets is te groot voor mij en het zadel staat te hoog. Hierdoor raak ik verkrampt. De finale begint en het hele veld wordt aan flarden gereden. Ik kan me desondanks nog wel handhaven, maar zie verschrikkelijk af. De andere dag zijn mijn benen totaal geforceerd doordat ik op een te hoge fiets gereden heb. Op deze dag maakte ik – en dat zeg ik niet snel – van alle deelnemers figuranten. Zij ‘deden niet eens mee’. Ik bedoel dan renners zoals Peter Post, Leo Duyndam, Bart Zoet, Cor Schuuring, Harrie Steevens, Eef Dolman en ook Rik van Looy.

Van Looy komt na afloop naar me toe en zegt: ‘Wat ben jij in godsnaam voor een mens?’.

Cultureel bezoek in de Haarlemmermeer en de hartklep van Tiemen

Ik vraag Tiemen wat zijn programma is en hij zegt: ‘Jouw programma is mijn programma.’ Juist op deze middag heb ik een afspraak met mijn dochter om haar hond uit te laten. Dat gebeurt in het Spaarnwouderbos, gelegen tussen Amsterdam en IJmuiden. Ooit was dit een  poldergebied, waar ik meer dan vijftig jaar geleden met mijn vader na de rooitijd van de aardappels nog zocht naar ‘overgebleven aardappels’ op de akkers.

Slechts het gedempte geluid van onze voetstappen op vroegtijdig afgevallen bladeren is hoorbaar. De hond  kwispelt, een tjiftjaf fluit zijn eenzijdig lied  en in de nabijgelegen manege hinnikt een paard om aandacht. De  Schotse Hooglanders, als grazers uitgezet in dit gebied,  kijken ons verdwaasd aan en ik vertel Tiemen over mijn avonturen in dit bos bij het uitzetten van palingfuiken in ‘lang vervlogen tijden’. Want toen was er nog paling. Tiemen luistert geïnteresseerd, slentert verder en maakt mij deelgenoot van zijn recente hartprobleem. Het blijkt dat hij onlangs last had van een lekkende hartklep. Hij is daarvoor behandeld in Kaapstad en de slotconclusie was dat hij met bepaalde beperkingen moet leren leven. Bij de laatste controle is gebleken dat er van een lekkage geen sprake meer is en hij hoeft geen medicijnen meer te gebruiken. Het hart van menig (ex-) sportman blijft een mysterie voor de wetenschap. Daar zijn legio voorbeelden van, maar dat is een ander verhaal.

Nadat we na terugkomst de klaarstaande broodjes hebben opgegeten, besluiten Tiemen en ik om een bezoek te brengen aan het Cruquius Museum, een gemaal langs de Ringvaart. Het wordt een culturele ontdekkingstocht door de Haarlemmermeer.

Wielerexpress 2008 - Tiemen Groen in Zwanenburg bij de Vlaamse Reuzen

Lees verder van blz. 28 tot en met blz. 37 in Wielerexpress 2008.


Geweldig dit te lezen van ,,us tiemen,, ik heb hem en zijn ouders goed gekend en waren bij velewedsrtijden want mijn broer anne koster en tiemen waren veel bijelkaar .En wat ik nu lees maakt ons blij dat het goed gaat met hem dit is en blijft voor ons een wereldwonder .heb je artikel met veel genoegen gelezen. Gr alie koster
Alie koster uit Leeuwarden (10-09-14)
Wij gaan voor Tiemen.
kees en henk pieper uit Rotterdam (27-07-09)
hi, met genoegen las ik het verhaal van tiemen groen. ik kan niet veel aanvoegen,wat zijn prestaties betreft.als wielrenner heb ik hem leren kennen in de club wedstrijden van de "de friese leeuw"bv, in de ronde van bolsward fietsten de asp,niewelingen en ameteurs samen[de aspiranten kregen een 1/2 ronde voor] een lastig parcours en voor dat we het wisten had tiemen[asp] een ronde op ons en won de ronde van bolsward. ook was hij een behoorlijk goed schaatser en heb persoonlijk nog tegen hem op de lange baan geschaats.
henk fennema [winnaar elfmeren tocht 1963]
henk fennema uit fenwick ontario canada (12-08-08)
Jan Geweldig om dat artikel over Tiemen Groen te lezen.Ik heb zelf het (genoegen) gehad om met dit fenomeen te koersen en tot op heden weet ik nog steeds geen superlatief te vinden voor zijn prestaties.Was volgens mij niet van deze wereld.Hij ging gewoon op kop rijden en je zag hem aan de meet wel weer eens terug Heeft toen een enorme indruk op mij gemaakt Leuk om te lezen dat het hem goed gaat Ga je spreken AAD
AAD THIJS uit Zwanenburg (12-08-08)