Wielerexpress gastenboek
Wielerexpress
Wielerexpress gastenboek

Heeft u bepaalde op- en/of aanmerkingen over deze website, over Wielerexpress of over andere zaken die direct of indirect met Wielerexpress te maken hebben, dan wordt het zeer op prijs gesteld om een ‘boodschap achter te laten’.


Jan bedankt
Jan ik ben er nu pas achter dat je gestopt bent met wielerexpress.Dat komt omdat ik zelf wat problemen met mijn gezondheid kreeg en veel moest kuren.Jan in vond het knap dat je ieder jaar een mooi wielerboekje uitbracht.Het ga je gaat het trouwens met Piet Libregts.Was een gave vent.Is hij wat opgeknapt en waar kan ik hem bereiken.
vr gr Wim Neeskens
wim neeskens uit almelo (21-09-11)
Dag Jan
Met plezier het verhaal over Tim Krabbé gelezen op deze site en ook in de editie Wielerexpress 2007. Het is een weergaloos mooi stukjes proza, waarin de juiste psychologische analyse wordt gemaakt wat betreft de veteranen als 'Terminalen'. Met de juiste toon voor humor en zelfspot benader je hiermee het schrijverniveau van Tim Krabbé. Ik (destijds amateurrenner en nu lekker recreatief fietsend) heb Tim nader leren kennen in St.Johann in Tirol (oostenrijk bij het WK voor senioren/Masters ('Terminalen'). Een fijn en bijzonder mens.
Jan mijn petje af voor het prachtige verhaal op deze site en in je boekje 2007. Jammer dat je gestopt bent en het ga je goed.
Jan Reinders uit Buggenum (15-09-11)
Beste mijnheer Zomer.
Bedankt voor het sturen van de wielrenboekjes.
Een welkome aanvulling voor mijn wielerarchief

Wielergroeten uit Heerlen.
Tour voorbij vrijdag Wielerronde Heerlen en natuurlijk volgend jaar WK Valkenburg naast de deur.....
willy vasmeer uit heerlen (23-07-11)
Beste Jan Zomer,

Dit jaar hadden mij vrouw en ik ons voorgenomen eens op vakantie te gaan in Mallorca. Ik wist dat Mallorca een eiland is waar veel gefietst wordt, en waar ook trainingssessies gehouden worden. Aangekomen zaten we de volgende dag aan het zwembad waar ook een man zat in wielerkleren, gesponserd door Taxc. Daar ik zelf ook een wielerliefhebber ben, en deze tak van sport al jaren beoefen raakte ik in gesprek met deze man. Die later bleek te zijn Jan Zomer. Ik vertelde hem dat ik deze sport had ontdekt door mijn schoonvader Toon Steenbakkers (de Rooie Toon) een oude beroepswielrenner.
Jan vertelde mij dat hij geregeld op Mallorca ging fietsen, ik vond het natuurlijk schitterend, en had al spijt dat ik mijn fiets niet had meegenomen. Zo pratende met Jan en zijn vrouw, kwam ik erachter dat Jan het wielerblad, Wielerexpress had uitgegeven en sinds kort daarmee gestopt was. Hij had nog een aantal bladen bij zich, en deze heb ik van hem gekregen. Ik las die door aan het zwembad.
Ik moet zeggen dat het een blad is, waar eigenlijk alles in aangehaald wordt. Ook kan ik zeggen, dat Jan, buiten dat hij een goede prater is ook en goede schrijver is.
Kan, en is soms behoorlijk scherp met zijn pen.
Ik heb later toen ik thuis kwam, aan mijn zwager het wielerblad laten zien. Deze wist mij te vertellen dat alle leden van Club 48 in ’s-Hertogenbosch, waar mijn schoonvader ook lid van was, deze ook toegestuurd kregen.
Al met al moet ik zeggen dat ik het leuk vond, en met plezier zijn boeken heb gelezen en naar Jan heb geluisterd.

Vriendelijke (sport) groeten,
Hennie Kerssens uit Rosmalen (14-07-11)
Beste Jan,

Zo veel jaar wielergenot, door jouw onvolprezen Wielerexpres. Het was voor mij het rituele begin van het nieuwe seizoen. De sneeuwklokjes, de Matthäus Passion, de voorjaarsklassiekers en Wielerexpres, dan weet je weer dat de winter is verdreven en de nieuwe lente komt. Dingen die nooit leken te veranderen, en nu is de schepping van Jan Zomer voorbij, voorbij en voorgoed voorbij. Het is toch anders, hoe zeer de sneeuwklokjes weer hun best gedaan hebben, Milaan-San Remo weer een bijzondere winnaar telt en de repetities voor het gezongen lijdensverhaal van Bach weer in volle gang zijn. Ik mis Wielerexpres. Heel veel dank Jan.
Frits de Coninck (21-03-11)
Hoi Jan,

Bedankt voor de toegestuurde wielerexpress boekjes. Het was allemaal wat verkeerd gegaan i.v.b.m. verkeerde adres, maar Je hebt het perfect opgelost en Me nog gematst met een extraatje.
Heerlijk om de verhalen te lezen.
Jammer dat Je ermee stopt....maar Ja aan alles komt een eind.
Nog Hartelijk bedankt voor de goede Service.
Vriendelijke groet.........Tiny Dingen
Tiny Dingen uit Nuenen (27-02-11)
Heb gister 17-2 kennis gemaakt met Ton Gieske . Vandaag gegoogeld en kwam ik op Wielerexpress uit met een prachtig verhaal over hem .
Ik hoorde van hem dat hij dit jaar tot t uiterste gaat om Ned .Kampioen te worden bij de Masters 50+ .
Wens hem van mijn kant veel succes en hoop dat ik hem op een of andere manier kan inspireren als t een keer niet zo loopt .
Ton veel succesvan je kamergenoot voor een dag in t KG te Haarlem
gr Karel van der Veek
K P vander Veek uit Noordwijkerhout (18-02-11)
En ik zoek ook nog de nummers uit 1980/1981/1982 en 1987

Han Strikkers
Leeuwerikweg 25
7971 DR Havelte

06-81919856
Han Strikkers uit Havelte (16-02-11)
Wie kan mij helpen aan de editie van 1985.
Han Strikkers,
Leeuwerikweg 25
7971 DR Havelte

tel. 06-81919856
Han Strikkers uit Havelte (16-02-11)
Het staat mij bij, dat Tiemen in Tokio in de olympische finale achtervolging door de Italiaan Ursi werd geflikt, omdat deze op het juiste moment lek reed, zodat Tiemen zijn turbodiesel niet optimaal kon gebruiken.Klopt dat?
Hans Bogers uit steenwijk (28-01-11)
Beste mensen,

Enkele weken terug plaatste ik een bericht in het gastenboek, waarin ik mijn bevindingen tijdens het lezen van de Wielerexpress probeerde te vertellen. Nu Jan mij nog enkele deeltjes heeft toegezonden, greep ik alsnog naar het toetsenbord van mijn computer en liet mijn vingers de vrije loop. De reactie van Jan op het onderstaande is veelzeggend en typerend:
"Nogmaals dank voor je bijdrage, want ik heb het altijd met veel plezier gedaan en ben op tijd gestopt. De reden is dat lezers zoals jij 'dat jammer vinden', dus dan is mijn keuze op het juiste moment genomen."

Dertig jaar Wielerexpress
leeservaring van een liefhebber

Dertig jaar lang heeft Jan Zomer de Wielerexpress gemaakt. Daarbij had hij zijn vaste mensen die hem hielpen het blad tot aanzien te brengen, maar hij alleen schreef het vol, al citeerde hij ruimschoots de woorden van degenen die hij interviewde. Ieder jaar zo’n 130 pagina’s elk nummer, dat is niet mis. Volgens mij had hij er dagwerk aan, een telkens terugkerende klus, die hij op zich nam met veel liefde voor de sport, helemaal op z’n eigen manier, zijn eigenwijze pen de vrije loop gevend. Die vrije loop ging soms enigermate over de grens van het betamelijke in fragmenten waarin hij soms al te fel uithaalde naar deze of gene. Daar staat tegenover dat hij juist door deze onverbloemde stijl facetten uit het wielerleven belichte die anders in de doofpot waren terechtgekomen.

De gretigheid waarmee ik als oud-amateurrennertje de inhoud van het blad consumeerde en kon genieten van de vele werkelijk prachtige actiefoto's, is in niet onbelangrijke mate gedrenkt in nostalgie en jeugdsentiment, maar wat Jan maakte is meer dan een tijdschrift over wielrennen. Het zijn het ook tijdsbeelden, die niet alleen de wielersport aangaan. Het gaat allemaal wel over fietsen, maar de stijl van de redacteur overstijgt het genre. Zo blijkt zijn opmerkingsgave uit de wijze waarop hij bijvoorbeeld Joop Middelink beschrijft. Jan voelde zich bepaald arrogant behandeld door Middelink en zijn weerwoord was onnavolgbaar vernietigend. Maar het gaat mij niet zozeer om zijn gelijk, maar om de beschrijving van de bewegingen van de grote Joop als die hem te woord staat:
“Hij sloeg de as van zijn sigaret, terwijl de as er net afgetipt was.”
En: “Hij nam een slok uit een kopje waar geen koffie meer inzat.”
Dat zijn waarnemingen op het scherp van de snede, die meer zeggen over de man in kwestie dan een veroordelende mening, die zo weer kan veranderen als er op een ander tijdstip weer een ontmoeting zou plaatsvinden.

Ik heb het blad pas ontdekt toen Jan te kennen gaf ermee te stoppen, maar uit de tien nummers die hij me zond concludeer ik dat het hier een journalistiek unicum betreft. Ieder nummer is als het ware een overtreding van de journalistieke common sense, die paal en perk stelt aan de vrijheid van de journalist. Die heeft normaal te maken met strakke inleverschema’s, met redactieraad en vooronderstellingen van wat de doelgroep wil lezen. Maar wie kwalitatief goede stukken wil schrijven en geen zapmateriaal voor overhaaste yuppen, gaat er in de eerste plaats uit van eigen waarneming en bevinding.
Omdat Jan geen hoofdredacteur en redactieraad boven zich wist, kon hij het blad helemaal vormen zoals hij wilde, voornamelijk met eigen teksten en met wat anderen hem in de vele vraaggesprekken vertelden. Het resultaat van die werkwijze is een tijdschrift dat niet alleen over wielrennen, uitslagen en prestaties gaat, maar ook en vooral over mensen met hun wel en wee. Juist in een extreem zware sport als wielrennen is dat wel en wee onontbeerlijk voor een goed verhaal. En juist daar vist men doorgaans vergeefs naar in de sportjournalistiek. Jan overtrad dus vrijelijk al die journalistieke codes en gaf zichzelf ruim baan om mensen te portretteren en daarnaast zijn onverbloemde mening te geven over dezelfde mensen. Het resultaat was een blad waarvan men kon genieten en zich ergeren.

Omdat hij veel oud-renners interviewde vult hij, althans bij mij, een leemte op: hoe is het hen vergaan na hun actieve wielertijd? Zo lezen we o.a. over Leo
Duindam (de blonde wielerengel, die in zijn laatste jaren steeds verder afgleed), Tiemen Groen, (een natuurtalent die later ook slaagde als zakenman), Johan van der Velde (het in een juist perspectief plaatsten van diens misstappen), Gé Peters ('Bartali zat te sterven aan mijn wiel'), Gerrie Kneteman (de 'prater' is ook een 'denker'), Wim van Est (over diens harde jeugd, waaruit hij toch als een 'heel' mens tevoorschijn kwam) en vele, vele anderen. Over Jo de Roo bijvoorbeeld, van wie een schitterende fotoserie werd afgedrukt in het blad van 2008, waarop hij opnieuw de Muur van Sormano beklimt, 45 jaar nadat hij de ronde van Lombardije won. Het lijkt alsof hij de herinnering aan die zegenrijke tijd fysiek wilde herbeleven op gevorderde leeftijd. Dat heeft iets moois: een terugschouw die met vol bewustzijn werd gedaan, een test ook en een bewijs dat het leven hem niet vervormde tot een schim van zijn eigen prestaties in het verleden, aan wie het glorieuze van weleer niet meer valt af te zien. Jo de Roo blikt ons onverschrokken aan, hij is niet ontkomen aan de sleet der jaren, maar hij is, hoe moet ik het zeggen, nog één geheel gebleven met wie hij vroeger was. 'Kracht en macht. Zo schiep God ooit de klassieke wielrenner,' schreef Jan onder en foto van vroeger waarop Jo
stijlvol de Muur van Sormano beklimt. Nu kun je andermans talent voor fietsen ook overdrijven, maar Jan verwoord hier wel de gevoelens die we ondergaan als we naar die prachtige 'levende' foto's kijken, alsof die tijd er nog is, alsof wij er nog in bestaan.

Zo is er teveel om alles recht te doen in dit overzicht in vogelvlucht. Genoemd mag nog worden het interview met wijlen Jean Nelissen. Naast dat interview – gehouden in een café (!) – spreken ook de foto's boekdelen, want zij brengen een mens in verval in beeld. Onpeilbaar tragisch en tegelijk heel mooi die ene foto waarin Hans Maaskant zijn arm beschermend om de schouders van de met wijde alcohologen in de lens starende Jean laat rusten. Die meedogende trek in het gezicht van Hans Maaskant... Diep menselijk, een navrant beeld, gevangen in een levensechte foto van Pieter Siemens, die ook een prachtige foto maakte van een enthousiast vertellende Henk Faanhof die iedereen van zijn generatie schijnt te overleven. Een foto waarop je niet uitgekeken raakt, in hetzelfde nummer uit 2008. Zo kan een mens dus ook oud worden.

Sommige renners slaagden ook na hun wielertijd in het maatschappelijke leven, maar anderen vielen in een gat en raakten uit het zicht. Die laatsten schreef Jan Zomer menig keer uit de vergetelheid. Hij bejubelde en verguisde naar hartenlust. Hij zal vrienden, maar ook vijanden hebben gemaakt. Vrienden onder voornamelijk wielrenners en vijanden onder regenteske bestuurders, onbekwame verslaggevers en fotograven die hun gekwetste ego’s en geldhonger op hem botvierden.
Als hem onrecht wordt aangedaan stuwt er soms grote een woede in hem omhoog. Die beschrijft hij dan in slow motion. Zo worden we onnavolgbaar op de hoogte gehouden van de wijze waarop de adrenaline bij hem uitwerkt. De vraag komt op waarom hij zich niet tot zo'n kwaadheid kon opwerken tijdens zijn wielerloopbaan. Zo kan men stellen dat er een soort Jan Raas aan hem verloren is gegaan. Want als hij boos is gebeurt er iets in Jan. Hij is dan zo vreeswekkend dat iedereen sidderend op de loop gaat. Een sprekend voorbeeld is zijn beschrijving van een fietstocht in z'n eentje, waarin hij een schaap in een sloot zag spartelen. Hij had natuurlijk gewoon door kunnen fietsen of de schaaphouder gaan zoeken, maar hij blijkt uit ander hout gesneden. Hij stapte af en probeerde het dier van een wisse dood te redden. Daartoe moest hij helemaal die sloot in. Met veel moeite slaagde hij er uiteindelijk in het onwillige dier op het droge te duwen en trekken. Uitgeput en onder de modder krabbelde Jan eveneens de sloot uit en stond nu voor de vraag hoe hij weer aan de overkant bij zijn fiets moest komen. Springen leek hem niet haalbaar en zin om weer die moddersloot in te gaan had hij niet.
Gedurende dat overleg met zichzelf kwamen er drie verkeerd opgeschopte pubers aan die de machteloze Jan begonnen te treiteren. Toen zij diens fiets in de sloot dreigden te gooien vond er een soort atoomexplosie in Jan plaats. Er kwam een waas voor zijn ogen en hij rende dwars door de sloot naar de overkant, zich niets aantrekkend van zijn voormalige bedenkingen. Het staat beschreven alsof de zee zich splitste en hem doorgang verleende.
Eenmaal op de andere kant beland stormde hij in uitslaande, blind makende woestheid op die inmiddels doodsbange knapen af. Hij greep er een in z'n kladden, balde z'n vuist, hief zijn arm en... ontspande. De jongen maakte met zijn kameraden dat hij wegkwam. (Het hele tafereel ging totaal voorbij aan het geredde schaap, dat even verderop uitermate schaapachtig stond te grazen.)

Na het lezen van die smakelijk vertelde anekdote ervaar ik iets verblijdens . Want de kern van dit verhaal is niet wat hij deed, maar wat hij niet deed. Hij sloeg niet en dat moment is heilig, want het is de enige manier waarop we oorlogen kunnen voorkomen. Waarom ontspande Jan op dat kritieke moment en ook op andere momenten waarop hij meestal zeer terecht loeiend kwaad werd?
Ik moet denken aan dat zenverhaal waarin een samoerai naar een wijze leraar stapt en hem vraagt of hij iets wil zeggen over de oorlog en de vrede. De zenmeester begint hem vervolgens heel grof uit te schelden, waarna de samoerai in grote woede ontsteekt en zijn zwaard begint te trekken.
“Dit,” zei de zenmeester, “is de oorlog.”
De samoerai besefte wat hij aan het doen was, zijn woede verdween en hij liet het zwaard terug in de schede glijden.
“Dit,” zei de zenmeester, “is de vrede.”

Misschien is dat wel een passend einde voor deze misschien te lange inzending voor het gastenboek. Ik hoop dat Jan Zomer eens een dik boek gaat maken over die dertig jaar Wielerexpress. Het is toch een soort levenswerk.

Hartelijke groeten van Karel Wellinghoff




Karel Wellinghoff uit Schoorl (18-11-10)
Dag Jan,

Bedankt voor de toegestuurde boekjes. Ik heb mijn ogen uitgekeken op de voor het wielrennen zo karakteristieke fotoos en ik heb genoten van de artikelen. Eindelijk een wielerenthousiast die echt kan schrijven. Tot mijn schande moet ik je bekennen dat ik nu pas de Wierlerexpress heb ontdekt, dus nadat je mee gestopt bent.
Vroeger, in dezelfde periode als jij, heb ik ook gefietst en er weinig van gebakken, maar wel een heerlijke tijd gehad. Ik won twee wedstrijden, in de straatrondjes werd ik, anders dan jij, steevast gelost, maar ik kon in de klassiekers enkele keren tamelijk vooraan eindigen. Daarna kwam ik er achter dat een totaal gebrek aan enigerlei schoolopleiding niet bevorderlijk is voor een maatschappelijke carrière. Ik zocht mijn ontplooiing dus in de vrije beroepen: beeldjes maken, schilderen en schrijven, romans met een historisch-spirituele strekking, waarvan er tot dusver zes zijn uitgekomen bij diverse uitgevers.
Wat mij vooral interesseert zijn de levensverhalen van en over exrenners nadat ze stopten met wielrennen en uit het zicht verdwenen. (Het verhaal over Michel Stolker en diens levensvisie boeide me zeer). Aan die belangstelling wordt in de Wielerexpress ruimschoots tegemoet gekomen. Die verhalen zijn zowel ontluisterend als luisterrijk. Het feit dat je hen soms niet spaart en vrolijk schrijft wat voor je pen komt, is mij uit de broekzak gegrepen, al lijkt me de scherpte soms te navrant voor het slachtoffer. Aangezien je in je loftuitingen even krachtig naar boven uitschiet (het heerlijk adoratieve sluitstuk van de Wielerexpress over Rik van Looy bijvoorbeeld) zij het je vergeven. Het is op een of andere manier ook hartverwarmend om iets te vernemen van de jongens met wie ik ooit het peloton deelde en over onze favorieten en idolen uit die tijd. Jij bent al die tijd in wielrennerij actief gebleven, maar voor mij is het alsof de nostalgie wordt overlapt door de betrekkelijkheid van ons pad in de wereld. Zijn die oudere, gerimpelde mannen echt dezelfden als die fietstijgers van weleer?
Ik zie uit naar de twee deeltjes die ik nog bestelde.

Hartelijks van Karel Wellinghoff
Karel Wellinghoff uit Schoorl (31-10-10)
Beste Jan Zomer,

Met veel belangstelling het verhaal ‘Eindelijk erkenning’ op uw site en in het boekje editie 2009 gelezen en daar wil ik dan toch nog even op reageren.

Het verhaal staat ook in mijn geheugen gegrift, om dat ik de bewoonster ben van Lisserweg 619. Ik was op die dag in mei 2008 thuis toen het gebeurde, mijn man (ook een fervent wielrenner en trotse bezitter van een carbon fiets) ging net de deur uit om (op zijn racefiets) naar het werk te gaan. Ik ging naar boven en hoorde een vaag tumult op straat. Toen ik uit het raam keek zag ik mijn buren van nr. 617, mijn man op de fiets en u zat op een tuinstoel achter onze auto en stond (voor zover ik kon zien uit het raam) een praatje te maken. Ik dacht nog, dat is vreemd? Wie gaat er nu op een tuinstoel midden op straat, achter onze auto een buurtpraatje maken? Dus ben ik ook naar buiten gegaan en toen begreep ik dat u gevallen was en uw fiets lag inderdaad op straat. Mijn man moest echter naar zijn werk en kon niet langer blijven.
Mijn buurman had voor u een tuinstoel gepakt opdat u kon zitten want algauw zag ik dat uw voet naast uw been stond. Dat viel in eerste instantie niet eens op, want u zat gewoon met uw ene been over het andere been geslagen en heel gemoedelijk een praatje te maken (?!). Alleen het bijbehorende kopje koffie in uw hand ontbrak nog, zullen we maar zeggen...
Het was mijn buurman die vervolgens uw fiets oppakte en bij ons in de garage heeft gezet om veilig te stellen (we kennen als geen ander de waarde van zo'n fiets!). Nadat ik uw vrouw heb gebeld (en u het zelf dus kennelijk ook nog heeft doorgegeven) heeft uw schoonzoon bij ons uw fiets opgehaald.

U had het in die zin 'getroffen' om de auto van een collega wielrenner te raken!

Vervolgens kwam eigenlijk al snel de politie en de ambulance en de rest.... nou ja u kunt het (gelukkig) met de nodige humor in geur en kleur navertellen ;-)

Het snot, wat bloed op de achterkant van de auto en op de straat hebben we weggespoeld met een emmer water, als je heel goed kijkt zie je nog een (heel) licht deukje, maar dat koesteren we als herinnering aan u ;-)

We zijn blij dat alles weer helemaal is goed gekomen!


Michele en Bjorn Gunderson
michele en Bjorn Gunderson uit (Abbenes) (28-10-10)
Beste Maarten Ducrot
Ik mag wel zeggen dat ik uit een wielren Familie kom.
Ik zelf heb ook nationale en internationale wedstrijden gefietst.
Maar bij het oude wielrennen en het nieuwe/moderne wielrennen,moet je nog steeds trappen om vooruit te komen.
Met vriendelijke sport groeten
jacob uit s-Gravenhage (10-08-10)
Jan Zomer, geweldig hoe hij ducrot aanpakte in WE.

Moest eraan denken toen Ducrot eergisteren aan een analyse bezig van het wielrennen.
Iets was Het nieuwe wielrennen zei ie, en even later was wat gisteren gebeurde toch weer oud wielrennen.
Even later: 'het nieuwe wielrennen, waar ik het vaak over heb, bestaat niet. Nog niet. het is een moderniseringslag van de sport"

heerlijk, zo lult ie zich steeds verder vast. Een giller.
het N W is: het wielrennen zoals Ducrot het ziet...
als een renner demarreert ziet hij al het nieuwe wielrennen.
Ik - nog niet zo oud- heb het sterke gevoel - en ook bewijzen- dat dat voor 2007 ook al gebeurde...

maar goed dat is mijn visie.
Tot nu toe heeft Ducrot het er weer elke dag over.

Uiteraard kijk ik nu de belg , anders word ik gek


renzo uit amsterdam (08-07-10)

Terug | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | Verder