Wielerexpress
Recensies

Mijmeren over Leo Duyndam

Jan Zomer, auteur van 'Wielerexpress', werd als renner ooit twee keer 'gelapt' tijdens de ronde van Honselersdijk. Zomer zag die oersterke neo-amateur vervolgens uitgroeien tot een beroepsrenner van formaat. In de nieuwste editie van Zomers blad komt de in 1990 overleden Duyndam uitgebreid aan bod.

Jeroen Schmale
Zwanenburg

Jan Zomer is, zoals hij het zelf omschrijft, een 'eenvoudig amateurtje' dat in de Ronde van Honselersdijk in 1966 de grootste moeite heeft om aan te klampen bij het op drift geraakte peloton.

De reden van de onrust is de vroege ontsnapping van eertejaars amateur Leo Duyndam, die met het criterium in het Westlandse dorp een thuiswedstrijd rijdt. Zomer, ruim veertig jaar later: "Ik hoorde dus dat Duyndam een voorsprong had. Maar opeens werd ik weer ingehaald door hem. Hij had het complete peloton al op een ronde gereden. En hij denderde maar door, niemand die hem bij kon houden. Uiteindelijk pakte hij nog een ronde op ons. En opvallend genoeg zou hij dit kunststukje een paar jaar later herhalen in de Nacht van Honselersdijk, als prille beroepsrenner."

Een jaar voor het kunststukje in zijn woonplaats bij de amateurs, heeft Zomer in het Brabantse wielerdorp Chaam al kennis gemaakt met de oersterke Westlander. "Ik kwam daar voor de Acht van Chaam bij de amateurs, toen George van den Enden (een kweker uit Monster en in die jaren dé speaker bij criteriums in met name Zuid-Holland en Brabant red.) me vroeg of ik wat massageolie over had. De winnaar bij de nieuwelingen, ene Leo Duyndam, was van plan na zijn zege nog even naar huis te fietsen. Dat had ik nog nooit eerder gezien, bij jongens van die leeftijd."

Nooit is Zomer, een gepensioneerd administratief medewerker uit Zwanenburg, deze twee 'ontmoetingen' met de Westlandse tuinderszoon vergeten. Ze vormen de grondslag voor de 28ste uitgave van Wielerexpress, een jaarlijkse uitgave die Zomer volschrijft, waarin Duyndam lijdend voorwerp is. Aan de hand van negen gesprekken met mensen die de coureur van nabij hebben meegemaakt en zijn eigen herinneringen, wil Zomer een beeld scheppen van de opkomst en ondergang van Duyndam.

Hoewel: de opkomst krijgt vele malen meer aandacht dan de ondergang van de coureur, die op 27 juli 1990 op 42-jarige leeftijd stierf bij zijn huis in Frankrijk. Hij werd levenloos op de bodem van zijn zwembad aangetroffen. Zomer: "De wildste verhalen gaan nog altijd rond over zijn overlijden, maar ik ken alleen de feiten. En daar wilde ik het in dit boek bij laten."

Zo snel als de in het Westland immens populaire Duyndam eind jaren zestig furore maakt in de het profpeloton, zo snel glijdt hij een paar jaar later ook weer af. Motivatieproblemen, luidt het. Zomer: "Wat mij bijblijft uit al die gesprekken met mensen die Duyndam goed hebben gekend: ze verwijten hem vaak niet meer met zijn talenten gedaan te hebben, maar ze houden nu nog altijd van hem. Naast een talentvol renner, wsa hij werkelijk een goed mens. Dat mensen als Peter Post en Piet Libregts dat zoveel jaar na dato nog zeggen, vind ik bijzonder."

In de acht jaren dat de 'Blonde Pijl' beroepsrenner is boekt hij 50 overwinningen. Hij wint in 1972 op de wielerbaan van Bayonne een Tour-etappe, viert tweemaal dagsucces in Parijs-Nice, maar dwingt ook veel respect af als renner in de zesdaagsen. Vooral het koppel Duyndam-René Pijnen is legendarisch en uitermate succesvol.

Tijdens hun laatste optreden als duo, tijdens de zesdaagse van Bremen in 1974, is hun relatie erg bekoeld. Ze winnen de zesdaagse wel, zonder ook maar één woord met elkaar te wisselen.

Zomer: "Die zesdaagsen waren natuurlijk lucratief, maar Duyndam voelde zich er verschrikkelijk bij. Anders dan nu zaten die renners een hele week zo'n beetje opgesloten in zo'n sportpaleis. Tegen de regels in 'ontsnapte' Duyndam regelmatig en dan ging hij de stad in. Door de gesprekken die ik voor mijn boekje heb gevoerd begrijp ik dat die ontsnappingsdrang een rode lijn door zijn leven is geweest."

"De familie Duyndam woonde vroeger in Honselersdijk aan eht water. Voor de kinderen was er in de achtertuin een zandbak en daar had pa Duyndam gaas omheen gezet, zodat de kinderen de zandbak niet konden verlaten. Dat zou gevaarlijk zijn, vanwege het water. Maar op vijfjarige leeftijd klom Leo al over dat gaas heen. En toen zijn vader ook de bovenkant afgedekt had met gaas, groef Leo net zo lang totdat hij via de grond kon ontsnappen."

Algemeen Dagblad