Wielerexpress
Recensies

Wielerexpress voor liefhebbers al dertig jaar spraakmakend

Albert Bronk

Zwanenburg - De Tour de France is dit weekend weer van start gegaan. Liefhebbers van wielrennen kijken, naast dit moment, jaarlijks uit naar de nieuwe uitgave van Wielerexpress. Zwanenburger Jan Zomer is hier de verantwoordelijke voor.

Jan Zomer houdt van zijn sport, maar is vlijmscherp voor ijdeltuiten en mensen die niet eerlijks zijn. In zijn mening vor de Tour de France is hij cynisch: "Waarom krijgt de ronde zoveel aandacht, en worden andere rondes amper besproken." De liefde voor de wielrensport zat er bij Zomer al vroeg in. Hij werd lid van De Kampioen en later De Bataaf. Inzet was er meer dan voldoende maar hij werg geen topper. Zomer: "Ik bleef gewoon iedere wedstrijd heel hard knokken en ben blij dat ik zolang heb mogen meedoen."

Zomer, die als administratief medewerker bij een onderwijsinstelling zijn leven lang een volledige baan had, reed gemiddeld zo'n honderd koersen per jaar. Van zijn 18e tot zijn 38e jaar. "Ik spendeerde er al mijn snipperdagen aan en reed overal in het land. Trainen deed ik ele dag. Op de fiets van Zwanenburg naar mijn werk in Amsterdam. Zomer en winter door. En nooit een dag ziek geweest. Verder trainde ik alleen 's avonds voor de criteriums, voor de klassiekers had ik te weinig trainingstijd beschikbaar. Ik reed daarom maar één klassieker per jaar, de Ronde van de Haarlemmermeer. Dat is hier bij mij om de hoek in Zwanenburg."

Levenswerk

Met diezelfde intentie zit Zomer thuis in zijn zenuwcentrum, het piepkleine zoldertje, achter zijn computer. Omringd door stapels wielerboeken en -bladen, krantenknipsels en andere wielerattributen werkt hij elk vrij uurtje aan zijn levenswerk, het jaarboek Wielerexpress. Begonnen in 1974 als wieleragenda mondde dat uit in een boekje dat later ook verhalen bevatte en in 1983 het eerste grote interview; met streekgenoot Ab Geldermans.

Inmiddels is de 29e editie uit en heeft Zomer in die reeks van jaren zo'n 170 personen geïnterviewd of geportretteerd. "Ik gebruik mijn pen als een fileermes. En misstanden in mijn ogen, snij ik aan." Zomer kan zich over veel zaken opwinden. "Ik begrijp niet dat er zo'n ophef was rond het Nederlandse elftal. Veel mensen draven helemaal door. En dat zie je bij de Tour de France ook. Mensen die niets met wielrennen hebben worden plotseling helemaal gek. Ik vind dat massahysterie. De media zou meer aandacht moeten besteden aan de ronde van Lombardije, Spanje en Italië, die misschien nog wel interessanter zijn."

Nederland moet het al geruime tijd doen zonder echte toppers in de Tour de France. Maar Zomer is ervan overtuigd dat Robert Gesink over enkele jaren een serieuze kandidaat is voor de gele trui. "Die jongen heeft in zijn eerste profjaar direct plaats genomen op de eerste rij en wist zich daar te handhaven. Het is het grootste talent dat we sinds begin jaren vijftig hebben gehad. En ook Thomas Dekker, Bauke Mollema en Niki Terpstra staan te trappelen."

Witte Weekblad