Iedereen die aan sport doet, kent het gevoel van 'een goeie dag'. Als wielrenner kun je het soms heel lichtelijk voelen bij het trappenlopen. Dat gaat lichter. De kuiten zwabberen en vibreren losser aan het scheenbeen. Het is niet exact te definiëren, maar het is een wonderlijk gevoel. Niet alleen topcoureurs ondergaan dit gevoel, het doet zich gelden op ieder niveau. De officiële wedstrijdrijder, maar ook de trimmer, recreant of toerist zullen soms bemerken dat niet iedere fiets- of wielerdag hetzelfde is. Het afgelopen seizoen had Franco Ballerini zo'n goddelijke dag als beroepsrenner in Parijs-Roubaix en Ton Gieske voelde de benen als B-amateur niet in de klassieker Omloop rond het Ronostrand. Zij waren beiden absoluut de sterksten in koers, dachten beiden ook gewonnen te hebben. Het noodlot besliste anders. Zowel Franco Ballerini als - maar dan in mindere mate - Ton Gieske, kregen veel publiciteit. Met onderstaande regels willen we nog eens de overeenkomst en het verschil aangeven tussen grote en kleine kampioenen.
Het is 11 april 1993. Franco Ballerini heeft in anderhalf jaar geen wedstrijd meer gewonnen. Vandaag is Parijs-Roubaix. Hij heeft er zin in, voelt zich sterk en zit de hele dag bij de eersten te rijden. Hij maakt indruk met zijn krachtige pedaalslagen. Als de finale begint, rijden zestien renners voorop. Adri van der Poel en Herman Frison nemen vijftien seconden voorsprong. Ballerini wacht zijn moment af en rijdt dan in één tempoverhoging naar het duo. Hij achterhaalt ze vlak voor een klimmetje. Hij voelt de pedalen niet, hij zweeft, voelt zich gelukkig, zit doodstil in het zadel. Daar waar de anderen zitten te zwoegen en te stampen, daar zit Ballerini doodstil, zijn pedaalslag hapert niet, neen, de ketting blijft één strakke snaar als bewijs van de ononderbroken kracht in zijn coupe de pédale. Frison en Van der Poel worden overstoken of zij stil staan. Alleen een amechtig hijgende Duclos-Lasalle hangt in zijn wiel. Ballerini laat hem zitten, want ach ... De grimassen van Duclos zijn aandoenlijk, roepen meelij op. Toch, als de oude vos even overleg pleegt met zijn ploegleider, is het gelaat ontspannen en verdwijnt de grimas. Als Franco achterom kijkt, tovert Duclos direct weer de diepe pijnlijke groeven in het gelaat. Speelt Duclos komedie? Franco dendert door, ijlt door het luchtledige, hoort klaroengeschal in de verte. Daar is de wielerbaan. Hij heeft het idee de hemel binnen te rijden. Vandaag is het zijn dag, niemand zal hem kunnen weerstaan. Duclos kiest positie... Franco maakt geen gebruik van 'de val' van de baan, hij rijdt gewoon door, onderin de baan. Dan ineens, komt de oude Duclos opzetten! Franco juicht, jubelt, zwaait, kust en schreeuwt van vreugde. Pffff, hij moest toch nog even verdapperen in die laatste meters. Die oude Duclos kan toch 'nog aardig fietsen op zijn leeftijd'. De officiële uitslag komt... De wereld van Franco stort in, tranen lopen over zijn wangen en slingeren witte sporen in het stof uit De Hel. Als een schreiend kind, waarvan men de lievelingsbeer heeft afgepakt, werpt hij zich in de armen van zijn ploegleider. Alle aandacht gaat terstond naar Duclos. Ballerini wil stoppen met de wielersport, maar zweert later om in 1994 wraak te nemen.
Het is 4 april 1993. De Haarlemmer Ton Gieske staat aan de start van de Omloop van Het Ronostrand voor B-amateurs. Ton is tweeëndertig jaar en een gerespecteerd coureur. Hij heeft een stukadoorsbedrijfje en moet altijd hard werken. Vandaag voelt hij zich uitgerust en in een puike conditie. De versnelling voelt hij niet, hij heeft zo'n dag dat er maar weinig renners zijn die hem kunnen kloppen. Ton weet ,al naar gelang de koers vordert, één ding zeker: 'Vandaag win ik'!
Wedstrijdleider Neelie Schouten heeft een slechte dag. Dat merkte zij al bij het opstaan.
Ze heeft hoofdpijn en krijgt de indruk of zij behept is met al of niet voortijdige opvliegers.
Haar fysieke constitutie wijst op een teveel aan testosteron en een gebrek aan oestrogenen.
Een zware uitvoering van een lady-shave lijkt de uiterlijke kenmerken hiervan ook niet te kunnen camoufleren.
Met de lichte contouren van een adamsappel in haar hals, lijkt zij op een DDR-sportvrouw.
Daarnaast heeft zij deze dag de pijnlijke oogopslag van een vrouw die, al hunkerend naar genegenheid en erkenning,
's nachts tot de ontdekking is gekomen dat de batterijen van haar 'turbo-dildo' (met drie snelheden) leeg zijn.
De batterijen van de lady-shave blijken niet te passen...
De wereld kan wreed zijn. Neelie heeft het duidelijk moeilijk in het specifieke mannenwereldje van de wielersport.
Verstand van wielrennen heeft zij niet, maar wel kent ze het reglementenboek van binnen en van buiten.
Toen zij onlangs een renner hoorde zeggen, dat: 'hij de slag gemaakt had', dacht ze dat hij geslagen had.
Prompt ging zij in het reglementenboek kijken wat voor straf daar voor gegeven kan worden.
Arme Neelie. Onlangs had zij ook ontdekt, dat een renner tijdens de spurt zijn handen aan het stuur moet houden.
Op zich een goed artikel, omdat in het gewriemel met losse handen rijden, gevaarlijk kan zijn voor anderen.
Zij had dit artikel al een paar keer willen toepassen, maar ze had er nog niet 'echt van genoten'.
Ze nam een pijnstiller voor de hoofdpijn en besloot 'zichzelf deze dag eens te behagen'.
Zij was vandaag immers wedstrijdleider, had dus de absolute macht. Zij voelde 'lekkere gevoelens' in haar
onderbuik opkomen...
De eindsprint wordt ingezet. Ton Gieske wacht het geweld van de laatste meters niet af. Hij trekt op de dertien de spurt aan, ziet niemand meer komen, schakelt naar de twaalf, lijkt te gaan zweven, zijn lichaam te gaan verlaten, de macht doet hem ontsnappen aan de aantrekkingskracht van het natte asfalt, hij jubelt, steekt beide handen omhoog. Niemand is - zelfs vanuit zijn uiterste ooghoeken niet - naast hem te bespeuren.
Hij moet bij Neelie komen. Zij hanteert het reglementenboekje meedogenloos. Ton Gieske wordt gedeklasseerd. Er vallen woorden. Zij is de baas, haar pupillen draaien in haar oogkassen, zij lijkt te zwijmelen, maakt een verkrampte indruk, een orgasme lijkt nabij.
Ton doet een beroep op anderen, kan niemand dan haar macht intomen, maakt deze karikatuur dan de dienst uit, is er dan geen enkele blauwe blazer meer met 'kloten in zijn grijze broek'? Wekelijks worden er koersen gewonnen door renners die de handen omhoog steken, zelfs in ditzelfde district. Iedereen zwijgt, staart in de verte. Een man als Henk van Houten probeert een en ander te beargumenteren. Henk van Houten spreekt de wielertaal niet meer. Ooit was hij wielrenner, werd daarna speaker en af en toe wedstrijdleider. Het leek of hij iets ging voorstellen in deze wereld. Vanaf dat moment sprak hij alleen nog met mensen 'waar hij beter van kon worden.' Hij likte zich als een gladde teckel omhoog binnen de KNWU-structuur. Hij werd door sommigen gezien als een talent en als speaker ooit de 'Kroonprins van Chris Delbressine' genoemd. Henk wilde niet alleen nationaal blijven acteren, neen hij wilde ook internationaal op het jurypodium schitteren. Op zich geen schande, mits je daarvoor over de geestelijke vermogens beschikt. Henk van Houten moest een cursus volgen. Dat was weer even iets anders dan 'stroop smeren'. Henk deed examen en het resultaat was bedroevend. Hij ging af. Alom - want zo werkt het in dit wereldje - werd stiekem gegniffeld. Niet alleen fysiek etaleert Henk van Houten bepaalde kenmerken die behoren bij het Syndroom van Down, maar ook zijn geestelijke vermogens houden gelijke tred met deze uiterlijk waarneembare symptomen. Waarom gaven mensen zoals hij, niet een duidelijk en scherp weerwoord, waarom dreef men het niet op de spits ('Neelie je hebt wel gelijk, maar dat kun je niet maken. We accepteren dat als wielermensen niet'). Waarom dekt men elkaar? Wil Neelie juist 'gedekt' worden...?
Ton Gieske was teleurgesteld en als sportman kwam hij in een dal. Na 4 april, zag men nog maar zelden een spontaan fietsende Ton Gieske. Het seizoen zat er voor hem op. Is dat de bedoeling van het reglement en van Neelie? Wil zij sportmensen breken?